Project

Hotspot Groningen

Integratie van thematische plannen

De provincie Groningen is één van de hotspots uit het programma Klimaat voor Ruimte. De doelstelling van hotspot Groningen is verkennen welke bijdrage geleverd kan worden aan de klimaatbestendigheid van het Omgevingsplan en daarnaast om een methode te ontwikkelen die het ook voor andere regionale overheden makkelijker maakt om klimaatbestendige plannen te maken.

Hotspot Groningen, onder leiding van programmamanager Rob Roggema, is zeer praktijkgericht. Ruimtelijke ordening en klimaatverandering staan centraal. Binnen de hotspot zoekt de provincie Groningen naar manieren om klimaatverandering, inrichting en energieverbruik te combineren. Het proces moet er toe leiden dat er één geïntegreerde visie ontstaat, dat gebruikt kan worden in het omgevingsplan (POP).

Kennis verzamelen in workshops

Hotspot Groningen richt zich op de hele provincie en stelt vast hoe de klimaatbestendigheid geoptimaliseerd kan worden voor vijf verschillende thema’s:

  • Water en natuur
  • Kustverdediging
  • Energiehuishouding
  • Landbouw
  • Zoetwatervoorziening en –voorraad

Vanuit workshops per thema is getracht tot een zo kwantitatieve mogelijke uitkomst te komen om de gewenste veranderingen in de ruimtelijke inrichting van de provincie in kaart te brengen. Bij deze workshops werden telkens een mengeling van type mensen uitgenodigd en aan het denken gezet: locatiedeskundigen, mensen van de provincie en waterschappen, wetenschappers, studenten, hoogleraren, enzovoort. Juist de inzet van veel verschillende disciplines en invalshoeken resulteerde in een integrale benadering met ‘eye openers’ voor alle betrokkenen.

Elke workshop ving aan met enkele inleidende verhalen, die de situatie schetsten. Daarna werden groepen gemaakt die, gewapend met kaarten en stiften, op zoek gingen naar concrete oplossingen, mogelijkheden en kansen. Het geheel werd later plenair besproken, inclusief een gezamenlijke analyse van de voor- en nadelen van elke bedachte oplossing. Uit de sessie zijn daarna per thema aparte kaarten opgesteld, waarin meerdere oplossingen uitgewerkt zijn.

Integratie

In maart 2009 is het project met integratiesessies gestart, waarbij de verschillende ideeën van de thema’s over elkaar heen geschoven zullen worden. Zo ontstaan verschillende scenario’s voor een klimaatbestendig Groningen. Daarnaast zal het plan ook aanbevelingen bevatten voor het proces om tot een klimaatbestendige situatie te komen.

Het proces

Binnen de provincie en als programmamanager van de hotspot Groningen houdt Rob Roggema zich bezig met strategische vraagstukken op het gebied van duurzaamheid en de ruimte. Hij stelt vast dat er de komende jaren een grote mentale verandering nodig is, een verandering in het denken. Men moet, zo meent hij, vanuit een verder weg gelegen toekomst achteruit gaan denke.

Enerzijds worden in de huidige situatie omgevingsplannen vastgesteld voor een periode van tien jaar en opereren provincies bijvoorbeeld op basis van een verouderde ecologische hoofdstructuur; deze is opgesteld in de jaren ’80 en is anno nu achterhaald. Anderzijds staat een aantal ingrijpende veranderingen vast: rond 2100 is de zeespiegel zo’n anderhalve meter gestegen en in 2050 zal de fossiele brandstof op zijn en bovendien onbetaalbaar zijn geworden. De werkelijkheid blijkt daarbij telkens weer weerbarstig te zijn: voorspelde veranderingen voltrekken zich anders dan gedacht.

In de huidige manier komen omgevingsplannen tot stand volgens het proces uit figuur a. Deze manier van werken benadert inrichtingsvraagstukken als ‘tame problems’, terwijl het in feite ‘wicked problems’ zijn (Conklin, 2003). ‘Tame problems’ betreffen vraagstukken waarbij in een directe lijn van een probleem naar een oplossing wordt gewerkt. ‘Wicked problems’ zijn juist niet helder omschreven; ze veranderen terwijl er aan een oplossing gewerkt wordt en men kan slechts beperkt op eerdere ervaringen steunen.

Roggema bepleit een andere manier van werken, waarbij omgevingsplannen ontstaan en onderhouden worden vanuit een gecombineerde ‘wicked’ en ‘tame’ benadering: de ‘wicked bypass’ (zie figuur b).

Door nu te kwantificeren wat er mogelijk is in de verre toekomst wordt duidelijk wat er nú al gedaan kan worden. Ook andere partijen, bijvoorbeeld waterschappen, gaan aan de slag met adaptatie. Zo kunnen krachten van buitenaf iets op gang brengen.

Met deze manier van analyseren en plannen is het mogelijk om elke twee tot drie jaar de omgevingsplannen op kleine onderdelen aan te passen; de hoofdlijnen blijven intact. Zo wordt er nu een robuuste structuur aangelegd, die ook op lange termijn te handhaven is.

Geleerde lessen

Roggema vindt het ‘out of the box’ denken van groot belang. Er wordt door overheden nog veel gewerkt volgens bekende processen; het van-analyse-naar-plan-redeneren. Op gebied van omgevingsplannen wordt gedacht in vierkante meters en dat is, zo meent hij, achterhaald.
Daarnaast ziet Roggema dat het veel inzet vraagt om klimaatadaptatie op de politieke agenda te houden. Dagelijkse besluitvorming krijgt prioriteit boven klimaat. Roggema voorziet kansen door meerdere mediamomenten te creëren en de media in te zetten om klimaat en adaptatie onder de aandacht te brengen en houden.


ARK Doel:

Het voorkomen van maatschapelijke ontwrichting
Meer projecten bij Ontwrichting voorkomen >>

Projectgegevens

Locatie: Provincie Groningen

Thema: Ruimtelijke ordening en klimaatverandering

Planfase: Afrondend m.b.t. plannen per thema. Aanvang integratiesessies.

Startdatum: 03.12.2007

Oplevering: Integraal plan gereed voor zomer 2009.

Contactgegevens

Naam: De heer Rob Roggema

E-mail: r.roggema@provinciegroningen.nl

Documenten

Direct naar

 
Tekstgrootte -+